Zoeken op de website


Vergroot de website
Leer werken met computer en internet

Werken met de muis

Het forum
De digidokter



  • De computermuis
  • Hoe ziet de muis eruit?
  • De muis vasthouden
  • Wat kan je met de muis doen?
  • Oefeningen

Je bestuurt de computer met de computermuis. De muis zien we als het verlengstuk van onze hand. De muis maakt het mogelijk een bepaalde tekst of afbeelding aan te duiden.
Werken met de muis moet je leren. In het begin is het moeilijk. Als je veel oefent, zal het werken met de muis steeds vlotter gaan.



Keer terug naar menu.


De onderdelen van een muis

  • De linkermuisknop:
  • dit is de standaardmuisknop die je het meest zal gebruiken.
  • De rechtermuisknop:
  • deze knop gebruik je om een menu te openen, zoals bijvoorbeeld kopiëren, knippen of plakken.
  • Het draaiwieltje/de scroll:
  • door aan het draaiwieltje te draaien kan je snelwandelen in een openstaand venster. Dit heet scrollen.



Keer terug naar menu.



Het is belangrijk om vanaf het begin een goede muisgreep aan te leren. Alleen door de muis op een correcte manier vast te houden, krijg je voldoende controle en kan je de muis goed bewegen. Je plaatst best je muis op een muismat. Als je beweegt met de muis, mag de muis niet buiten de muismat gaan.


Niet zo: Niet vasthouden tussen twee vingers en de andere vingers in de lucht. Niet de pols los van de tafel houden.



Maar zo: Hou de muis stevig vast tussen je duim en pink. Hou je hand plat op de muis, met je wijsvinger losjes op de linkermuisknop. Laat je pols rusten op de tafel.


Keer terug naar menu.


Met de muis kan je verschillende dingen doen:

  1. Aanwijzen
  2. De eerste muishandeling is iets aanwijzen met de pijl. Schuif met de muis over de muismat. Op het scherm zie je een pijltje. Dit is de cursor. Als je beweegt met de muis, beweegt de cursor mee. Als je iets wil aanwijzen, doe je dit met de punt van het pijltje.
    Als je iets aanwijst, verschijnt er soms een vakje met wat meer uitleg over het icoontje waar de cursor op staat.
    Klik hier om het aanwijzen te oefenen.

  3. Links klikken
  4. De linkermuisknop gebruik je door er op te klikken. Je kan zo opdrachten geven aan de computer om iets te doen of je kan een icoon of bestand selecteren.
    Klik hier om het links klikken te oefenen.

  5. Dubbelklikken
  6. Dubbelklikken doe je met je linkermuisknop. Je klikt twee maal kort na elkaar op de linkermuisknop.
    Klik hier om het dubbelklikken te oefenen.

  7. Slepen
  8. Als je sleept, verplaats je een bestand of een icoon met de muis terwijl je de linkermuisknop indrukt. Als het bestand of het icoon op de juiste plaats staat, laat je de knop weer los.
    Klik hier om het slepen te oefenen.

  9. Rechts klikken
  10. Voor sommige acties moet je de rechtermuisknop gebruiken. Meestal verschijnt er dan een menu op het scherm. Je hoeft maar één keer te klikken met de rechtermuisknop.


    Keer terug naar menu.



Keer terug naar menu.